Merrie wordt niet drachtig: wat te doen, en in welke volgorde

· Bijgewerkt:

Door Bojesen & Petersen Biotech. Wetenschappelijke basis: Prof. Anders Miki Bojesen en Dr. Morten Rønn Petersen, Universiteit van Kopenhagen.

Een merrie die niet drachtig wordt, is geen zeldzaam geval, maar wel een duur geval: elke cyclus kost tijd, sperma, dierenartsbezoeken en een stuk van het seizoen. Bij probleemmerries lag het veulenpercentage historisch op 15 tot 50 %, in de totale populatie op 80 tot 85 % (Bosh et al., Equine Veterinary Journal 2009). Het goede nieuws: de meeste oorzaken zijn op te helderen. Een van de meest voorkomende wordt alleen gemist omdat het gebruikelijke monster er niet bij komt.

Dit artikel loopt de oorzaken langs in de volgorde waarin een dierenarts ze uitsluit, en zegt bij elke oorzaak wat u zelf kunt bijdragen.

Waarom wordt mijn merrie niet drachtig?

In de meeste gevallen om een van vijf redenen: het moment van dekken ten opzichte van de eisprong klopte niet of het sperma was zwak, een tweelingdracht ging vroeg verloren, het baarmoederslijmvlies is verouderd, het embryo is vroeg geresorbeerd, of er is een baarmoederontsteking (endometritis) die vaak zonder symptomen verloopt. Bij merries die ondanks een schone swab herhaaldelijk gust blijven, is de verborgen endometritis de oorzaak die als eerste moet worden nagekeken.

Het dossier leest vaak zo: oudere merrie, diepvriessperma, vocht na het dekken, gespoeld met oxytocine, een kuur Regumate (altrenogest), slijmmonster schoon, en toch weer gust gescand. De stappen hieronder staan in de volgorde waarin de dierenarts dat dossier afwerkt.

Stap 1: klopte het moment?

De meest banale oorzaak is ook de meest voorkomende bij jonge merries: de dekking of inseminatie lag te ver van de eisprong. Vers sperma overleeft twee tot drie dagen in de baarmoeder, diepvriessperma maar enkele uren. Zonder follikelcontrole met echo is de eisprong een kwestie van geluk.

Wat u kunt doen: laat de cyclus door de dierenarts begeleiden (follikelgrootte, inductie van de eisprong) en vraag de hengstenhouder naar het spermaonderzoek van de dosis die uw merrie heeft gekregen. Twee mislukte cycli met goede timing en goed sperma zijn het punt waarop dieper gezocht moet worden.

Stap 2: was ze drachtig en heeft ze het verloren?

Niet elke guste merrie is nooit drachtig geweest. Sommige verliezen de dracht in de eerste weken zonder dat iemand het merkt: geen bloeding, geen uitvloeiing, de merrie komt gewoon weer in de bronst. Twee oorzaken komen hier vaak voor.

Tweelingen: twee vruchtblaasjes zijn de meest voorkomende oorzaak van vroeg verlies die met een tijdige echo op dag 14 tot 16 te voorkomen is. De dierenarts kan dan een van de twee verwijderen.

Resorptie: verdwijnt een enkel vruchtblaasje tussen twee controles, dan spreekt men van resorptie. Bij een jonge merrie zonder voorgeschiedenis mag men één keer afwachten. Bij herhaalde resorptie hoort ze bij de probleemmerries waarbij stap 4 verplicht is.

Wat u kunt doen: sta erop dat er een echo wordt gemaakt op dag 14 tot 16, rond dag 25 tot 30 (hartslag) en rond dag 40 tot 45.

Stap 3: hoe oud is de baarmoeder?

Met de jaren en met elke dracht verandert het baarmoederslijmvlies: meer bindweefsel, meer cysten, slechtere doorbloeding. Een merrie van 10 jaar of ouder, of met drie of meer veulens, draagt daarom een hoger risico. Dat is geen oordeel, maar een reden om beter te kijken.

Hoe goed het slijmvlies nog een dracht kan dragen, laat een biopsie zien. Het is ook het monster dat bij het zoeken naar een infectie veel verder reikt dan de swab, daarover zo meer.

Stap 4: is er een baarmoederontsteking, ook al was de swab schoon?

Hier ligt de oorzaak die het vaakst wordt gemist, en wel om een eenvoudige reden: de standaardswab neemt alleen van het oppervlak van het slijmvlies. In een vergelijkend onderzoek vond de swabkweek 34 % van de baarmoederinfecties, de biopsiekweek 82 % (Nielsen, Theriogenology 2005). Twee van de drie infecties blijven met alleen de swab onopgemerkt.

De reden is de plaats van de bacteriën. Bij chronisch geïnfecteerde merries zit Streptococcus zooepidemicus in haarden 300 tot 500 micrometer onder het epitheel, niet aan het oppervlak dat de swab bereikt (Petersen, Nielsen, Lehn-Jensen, Bojesen, Clinical Theriogenology 2009). Daar kan de bacterie overschakelen naar een slapende toestand waarin hij niet groeit in de kweek (Petersen et al., Veterinary Microbiology 2015). De merrie geldt als schoon, wordt gedekt, en toch is de baarmoeder geen plek waar een embryo kan blijven.

Hoe vaak dat voorkomt, laat de grootste Duitse analyse zien: in 28.887 endometriummonsters waren bèta-hemolytische streptokokken verantwoordelijk voor 79,7 % van de positieve kweken, en 99,5 % daarvan was penicillinegevoelig (Köhne et al., Journal of Equine Veterinary Science 2024). De infectie is dus meestal goed te behandelen. Je moet hem alleen vinden.

Aanwijzingen die voor een verborgen endometritis spreken:

  • De merrie wordt herhaaldelijk niet drachtig, hoewel swab en kweek schoon waren
  • Vocht in de baarmoeder op de echo
  • Eerdere baarmoederontsteking of abortus
  • 10 jaar of ouder, drie of meer veulens
  • Antibiotica hebben niet geholpen, of alleen tot het volgende seizoen

Wat de swab laat zien en wat niet, staat uitgebreid in Baarmoederswab bij de merrie: wat hij laat zien, wat hij mist en wat hij kost. Over de bacterie zelf: Streptokokken bij paarden: symptomen en behandeling.

Stap 5: slapende bacteriën wekken, dan kweken

Bij een vermoeden van slapende streptokokken zijn er drie manieren om dieper te zoeken: een spoeling met klein volume, een biopsie, of activering van de bacteriën vóór de kweek. Bij de derde manier brengt de dierenarts een diagnostisch voedingsmedium (bActivate) in de baarmoeder in. Het wekt de slapende bacteriën, en 48 uur later wordt een tweede kweek afgenomen. Nu groeien de bacteriën en is de uitslag eenduidig. In het onderzoek waarop de methode berust, was Strep zoo na activering aantoonbaar bij 64 % van de merries, zonder activering bij 8 % (Petersen et al. 2015).

bActivate is geen geneesmiddel en geen behandeling. Het maakt de infectie zichtbaar. Daarna wordt gericht behandeld met antibiotica na een gevoeligheidsbepaling, en de merrie wordt in de volgende cyclus gedekt.

Wat dat kan opleveren, laat een veldstudie in het Hagyard Equine Medical Institute in Kentucky zien: 64 probleemmerries die minstens drie cycli gust waren gebleven, werden zo onderzocht, behandeld en gedekt. 83 % werd drachtig, en 70 % van de merries met bekende uitkomst bracht een levend veulen (32 van 46). De studie had geen placebogroep; de cijfers beschrijven dus de hele aanpak van diagnose en diergeneeskundige behandeling (Clinical Theriogenology 2014). Bij Kildangan Stud in Ierland lag het drachtigheidspercentage op 89 % (Journal of Equine Veterinary Science 2018).

Protocol, bewijs en bestelbron voor uw dierenarts staan op de pagina voor dierenartsen. U kunt de link gewoon doorsturen.

Wat u zelf kunt doen

  1. Schrijf de voorgeschiedenis op: elke cyclus, elke dekking, elke swabuitslag, elke behandeling, elke echobevinding. Uw dierenarts kan met die lijst in tien minuten meer dan met drie telefoontjes.
  2. Sta erop dat er na elke dekking een echo wordt gemaakt op dag 14 tot 16.
  3. Vraag na twee mislukte cycli, of meteen bij een van de aanwijzingen hierboven, of een spoeling, een biopsie of een activering vóór de kweek zinvol is.
  4. Herhaal niet dezelfde cyclus met hetzelfde plan. Elke mislukte cyclus die niets nieuws laat zien, is een verloren maand.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak mag een merrie gust blijven voordat er dieper wordt gezocht? Na twee mislukte cycli met goede timing en goed sperma. Bij een van de aanwijzingen voor een verborgen endometritis (vocht op de echo, eerdere ontsteking, herhaalde resorptie, 10 jaar of ouder) meteen.

Is een schone swab genoeg om een baarmoederontsteking uit te sluiten? Nee. De swabkweek vond in het vergelijkende onderzoek 34 % van de infecties, de biopsiekweek 82 % (Nielsen 2005). Slapende streptokokken diep in het slijmvlies groeien niet in de standaardkweek.

Kan een oudere merrie nog drachtig worden? Vaak wel. Leeftijd is een risicofactor, geen oordeel. Bepalend is de toestand van het baarmoederslijmvlies, die een biopsie laat zien, en of een verborgen infectie wordt gevonden en behandeld.

Is bActivate een behandeling? Nee. bActivate is een diagnostisch voedingsmedium. Het wekt slapende bacteriën zodat ze in een gewone kweek groeien. Daarna wordt behandeld met antibiotica na een gevoeligheidsbepaling.

Wat kost het onderzoek? Dat hangt af van de dierenarts en van de gekozen weg. Reken bij een activering op twee afspraken met 48 uur ertussen plus laboratoriumkosten voor twee kweken. De prijs van bActivate vraagt u aan uw dierenarts of bij Grovet.

Bronnen

  • Bosh KA, Powell D, Shelton B, Zent WW. Reproductive performance measures among Thoroughbred mares in central Kentucky, during the 2004 mating season. Equine Veterinary Journal 2009;41(9):883-888. doi.org/10.2746/042516409X456068
  • Nielsen JM. Endometritis in the mare: A diagnostic study comparing cultures from swab and biopsy. Theriogenology 2005;64(3):510-518. doi.org/10.1016/j.theriogenology.2005.05.034
  • Petersen MR, Nielsen JM, Lehn-Jensen H, Bojesen AM. Streptococcus equi subspecies zooepidemicus resides deep in the chronically infected endometrium of mares. Clinical Theriogenology 2009;1(1):393-409. clinicaltheriogenology.net/index.php/CT/article/view/12588
  • Petersen MR, Skive B, Christoffersen M, Lu K, Nielsen JM, Troedsson MHT, Bojesen AM. Activation of persistent Streptococcus equi subspecies zooepidemicus in mares with subclinical endometritis. Veterinary Microbiology 2015;179(1-2):119-125. doi.org/10.1016/j.vetmic.2015.06.006, Volledige tekst: researchgate.net
  • Petersen MR, Bojesen AM. Veldstudie in het Hagyard Equine Medical Institute, Kentucky: 64 probleemmerries. Clinical Theriogenology 2014;6(3):313-314 (congresbijdrage, zonder placebogroep).
  • Petersen MR, Rosenbrock A, Osborne M, Bojesen AM. High Prevalence of Subclinical Endometritis in Problem Mares, Effect of Activation and Treatment on Fertility. Journal of Equine Veterinary Science 2018;66:117 (congresbijdrage). doi.org/10.1016/j.jevs.2018.05.162
  • Köhne M et al. Frequency of potentially pathogenic bacterial and fungal isolates among 28,887 endometrial samples from mares. Journal of Equine Veterinary Science 2024;133:105008. doi.org/10.1016/j.jevs.2024.105008

Alle studies op bewijsniveau: /studies.