Bacteriën in de baarmoeder van de merrie: de Duitse studie

· Bijgewerkt:

Door Bojesen & Petersen Biotech. Wetenschappelijke basis: Prof. Anders Miki Bojesen en Dr. Morten Rønn Petersen, Universiteit van Kopenhagen.

Welke bacteriën zitten achter een baarmoederontsteking bij de merrie, en hoe vaak zijn ze resistent? De grootste Duitse analyse daarover komt van Köhne en collega's (Journal of Equine Veterinary Science, 2024): 28.887 endometriummonsters die tussen 2018 en 2022 naar een groot veterinair laboratorium werden gestuurd. Het resultaat in één zin: in 25,9 % van de monsters groeiden facultatief pathogene bacteriën, 79,7 % van de positieve kweken waren bèta-hemolytische streptokokken, en die waren in 99,5 % van de gevallen gevoelig voor penicilline.

Dit artikel vat de cijfers samen en plaatst ze in context voor fokkers en dierenartsen: wat de studie laat zien, wat ze niet laat zien, en waarom de kweek van een swab toch maar een deel van de infecties vindt.

Wat werd onderzocht?

De studie is een data-analyse, geen klinische studie. Geanalyseerd werden de microbiologische kweekresultaten van 28.887 endometriummonsters die dierenartsen in vijf jaar naar het laboratorium hadden gestuurd. Twee vragen stonden centraal: welke verwekkers groeien hoe vaak, en hoe vaak komen multiresistente bacteriën voor.

Twee kanttekeningen horen erbij. De monsters komen van merries waarbij een dierenarts een reden zag om te bemonsteren, dus niet van een willekeurige populatie. En er is alleen geteld wat in de standaardkweek groeide. Slapende bacteriën, die niet groeien in de kweek, komen in deze statistiek niet voor.

Welke bacteriën werden gevonden?

Gemiddeld liet 25,9 % van de monsters groei van facultatief pathogene bacteriën zien. Onder de positieve kweken domineerde één groep duidelijk:

  • Bèta-hemolytische streptokokken: 79,7 % van de positieve kweken
  • Escherichia coli var. haemolytica: 5,2 %
  • E. coli werd gevonden in 4,3 % van de monsters, Klebsiella pneumoniae in 3,9 %, Candida-soorten in 2,9 %, Pseudomonas aeruginosa in 2,0 % en Staphylococcus aureus in 1,5 %

De studie noemt de streptokokken als groep. Dat het bij de merrie vrijwel altijd om Streptococcus equi subspecies zooepidemicus gaat, komt uit ander onderzoek, onder meer de lokalisatiestudie van Petersen et al. (2009). Meer over deze verwekker in het artikel Streptokokken bij paarden.

Hoe vaak zijn de verwekkers resistent?

Dat is het eigenlijke goede nieuws van de studie:

  • Streptokokken waren in 99,5 % van de gevallen gevoelig voor penicilline.
  • E. coli was in 96,2 % van de gevallen gevoelig voor gentamicine.
  • Multiresistente bacteriën (ESBL-vormende bacteriën en MRSA) vormden 3,1 % van alle positieve kweken. Het aantal ESBL-positieve isolaten (159 in vijf jaar) bleef van 2018 tot 2022 stabiel.

De auteurs beoordelen de resistentiesituatie in Duitsland als gunstig, maar adviseren die te blijven volgen. Voor de praktijk betekent dit: wordt een streptokokkeninfectie gevonden, dan is die bijna altijd met penicilline te behandelen. De moeilijkheid zit niet in de behandeling, maar in het vinden.

Waarom vindt de swab toch niet alle infecties?

25,9 % positieve monsters zegt niets over hoeveel van de negatieve merries werkelijk vrij van bacteriën waren. Uit ander onderzoek is bekend dat de standaardkweek een groot deel van de infecties mist:

  • In een directe vergelijking vond de swabkweek 34 % van de baarmoederinfecties, de bioptkweek 82 % (Nielsen, Theriogenology 2005). Meer daarover in het artikel Baarmoederswab bij de merrie.
  • Bij chronisch geïnfecteerde merries zitten de streptokokken in haarden 300 tot 500 micrometer onder het epitheel, buiten bereik van de swab (Petersen et al., 2009).
  • Slapende streptokokken groeien niet in de kweek. Na activering met een kweekmedium waren ze bij 64 % van de merries aantoonbaar, na zoutoplossing bij 8 % (Petersen et al., Veterinary Microbiology 2015).

De Duitse studie en dit onderzoek passen bij elkaar: streptokokken zijn de verwekker waar het bijna altijd om gaat, en juist deze verwekker kan aan de standaardkweek ontsnappen. Voor een merrie die ondanks een negatieve swab niet drachtig wordt, is de vraag daarom niet "welke verwekker", maar "is hij gevonden".

Wat betekent dit voor de probleemmerrie?

Voor fokkers: een negatieve swab sluit een infectie niet uit. Blijft een merrie meerdere cycli gust of verliest ze de dracht vroeg, dan loont het om de dierenarts naar een activeringskweek te vragen. Daarbij wordt de baarmoeder gespoeld met een kweekmedium (bActivate), zodat slapende bacteriën weer gaan groeien en 48 uur later in de kweek aantoonbaar zijn. bActivate is een diagnostisch medium, geen geneesmiddel. Daarna wordt gericht behandeld op basis van het antibiogram. Hoe dat stap voor stap gaat, staat in het artikel Wat te doen als de merrie niet drachtig wordt.

Voor dierenartsen: de Duitse cijfers ondersteunen penicilline als eerste keus bij streptokokken en laten zien dat gerichte behandeling op basis van kweek en antibiogram in de regel zonder reserveantibiotica kan. Het protocol van de activeringskweek staat op de pagina voor dierenartsen, alle bronnen op de pagina Studies en bewijs.

Veelgestelde vragen

Is E. coli een veelvoorkomende oorzaak van endometritis bij de merrie? Minder vaak dan vaak wordt aangenomen. In de Duitse analyse werd E. coli gevonden in 4,3 % van de monsters. Bèta-hemolytische streptokokken vormden daarentegen 79,7 % van de positieve kweken (Köhne et al., 2024).

Hoe groot is het aandeel multiresistente bacteriën in de baarmoeder van de merrie? 3,1 % van alle positieve kweken in Duitsland tussen 2018 en 2022 waren ESBL-vormende bacteriën of MRSA. Het aantal bleef over de vijf jaar stabiel (Köhne et al., 2024).

Is één swab genoeg om een baarmoederinfectie uit te sluiten? Nee. Vergeleken met het biopt vond de swabkweek maar 34 % van de infecties (Nielsen 2005), en slapende streptokokken groeien helemaal niet in de standaardkweek (Petersen et al. 2015). Bij een probleemmerrie met een negatieve swab is een activeringskweek de volgende stap.

Heeft de Duitse studie bActivate onderzocht? Nee. Ze beschrijft welke bacteriën in standaardkweken groeien en hoe resistent ze zijn. bActivate komt daarvóór: het activeert slapende bacteriën, zodat ze in precies die kweek überhaupt groeien.

Bronnen

  • Köhne M, Hegger A, Tönissen A, Heusinger A, Hader C, Görgens A, Sieme H. Frequency of potentially pathogenic bacterial and fungal isolates among 28,887 endometrial samples from mares, with an emphasis on multi-drug resistant bacteria in Germany (2018-2022). J Equine Vet Sci 2024;133:105008. PMID 38237703. doi.org/10.1016/j.jevs.2024.105008
  • Nielsen JM. Endometritis in the mare: A diagnostic study comparing cultures from swab and biopsy. Theriogenology 2005;64(3):510-518. PMID 15978661. doi.org/10.1016/j.theriogenology.2005.05.034
  • Petersen MR, Nielsen JM, Lehn-Jensen H, Bojesen AM. Streptococcus equi subspecies zooepidemicus resides deep in the chronically infected endometrium of mares. Clinical Theriogenology 2009;1(1):393-409. clinicaltheriogenology.net/index.php/CT/article/view/12588
  • Petersen MR, Skive B, Christoffersen M, Lu K, Nielsen JM, Troedsson MHT, Bojesen AM. Activation of persistent Streptococcus equi subspecies zooepidemicus in mares with subclinical endometritis. Veterinary Microbiology 2015;179(1-2):119-125. PMID 26123371. doi.org/10.1016/j.vetmic.2015.06.006, Volledige tekst: researchgate.net